Reisverslag Straseni

geplaatst op 10 augustus 2015 12:12 door Joyce Ledder


Een omschrijving van enkele van de vele bezoeken aan ouderen in Moldavië: 

8 juli
41° C

Vandaag ben ik mee geweest met het Home Care team. Ik werd verwelkomd als collega en overal bij betrokken toen ik vertelde dat ik in Nederland ook in de “Home Care” (wijkverpleging) werk. Ik genoot van het ritje in de auto, het prachtige platteland van Moldavië… Tot we de- toch al slechte wegen- verlieten en de paden op gingen. De wegen op het platteland en in de dorpjes zijn eigenlijk geen wegen te noemen. Het zijn zandwegen vol met keien en kuilen.  En toen, na geruime tijd over deze wegen te hebben gehobbelt, stopte de auto bij het huisje van Nikolai. Een bedlegerige, incontinente, gehandicapte man van onbestemde leeftijd die op een bed lag, in een huisje wat de naam niet mag dragen. Een enorm vervallen, oer- oud, zwaar vervuild onderkomen. Het stinkt er verschrikkelijk, want riolering is er niet en met deze temperaturen is het niet om te harden. De tranen schieten me in de ogen en ik kan gewoon niet bevatten wat ik met mijn eigen ogen zie.
Ik heb een brok in mijn keel als ik Nicolai zie liggen op het smerigste bed, dat ik ooit van mijn leven heb gezien.  De lakens zijn gescheurd en onbeschrijfelijk vuil, maar niet nat, ook al is Nicolai incontinent, want daarvoor is het eenvoudigweg te warm, maar zijn gescheurde trainingbroek is dat wel . Met één blik zie ik dat Nicolai al dagen niet verschoond of gewassen is. We brengen hem brood en melk, maar dit moet allemaal onder zijn handbereik bewaard blijven, ongekoeld dus. Nicolai is te zwak om op te kunnen staan. De vliegen vieren feest. Het huisje zelf is het meest verwaarloost en smerigste wat ik ooit in mijn leven heb gezien en de stank en het ongedierte  zijn onbeschrijfelijk maar wel begrijpelijk. Ik geef hem een hand ik  zeg hem gedag en stel mezelf voor. Mijn collega legt uit dat ik dit werk ook in Nederland doe en dat ik hier als vrijwilliger ben. Ik glimlach vriendelijk, slik de brok in mijn keel dapper weg en controleer zijn lichaam op ascitis, oedemen en decubitus. Helaas is het er allemaal; het lijkt hopeloos.  Ik maak wat schoon, wat nergens op slaat, want de vloer bestaat gedeeltelijk uit planken en verder alleen maar zand, wat bij deze droogte opstijgt en mij in de ogen en de neus prikt. Mijn collega verpleegkundige geeft Nicolai wat vers meegebrachte, houdbare melk maar Nicolai verslikt zich op een manier, die ik herken en  waarvan ik weet dat hij het risico loopt op een  pneumonie (longontsteking door verslikken) en dat zijn melk eigenlijk verdikt moet worden, maar ja… We kloppen gezamenlijk de kleden uit, waar de gaten ter grootte van een bord in zijn gesleten; daar hoef je geen Roemeens of Engels voor te spreken; overal ter wereld gebeurt op dezelfde manier. We kloppen in een gelijkmatig ritme en draaien het kleed als afgesproken, tegelijkertijd om en glimlachen daarom, mijn Moldavische collega’s en ik. Met achterlating van een homp brood en een beker melk onder zijn handbereik verlaat ik geschokt en intens verdrietig het armoedige onderkomen. Medelijden wel op in mijn hart voor deze oude man die hier ligt op een bedspiraal, met zelfs niet de kracht om de vliegen van zich af te slaan…  

Verder gaan we weer, op naar Dorien een frêle dame van 80 jaar die al zoveel van de wereld heeft gezien dat de wijsheid uit haar pientere oogjes straalt. Ook hier weer het ijzeren bedspiraal, bedekt met wat lappen en dekens waar deze dame op zetelt. De lappen zijn zo hoog opgestapeld dat het wel een troon lijkt, met deze dame er boven op, gracieus naar de vliegen meppend met een half vergane theedoek. Haar pientere ogen monsteren mij en ze informeert naar mijn antecedenten bij Viorica, mijn collega. Nu blijkt dat ik moeder ben van 3 zonen kan ik haar goedkeuring wegdragen en als Viorica verteld dat ik ”babushka”  (oma)ben is het roer helemaal om.  Ik ben inmiddels over al mijn grenzen heen en neem beleeft plaats op haar troon, de vlooien negerend, om haar een foto van mijn kleinzoon te laten zien; iets wat alle moeders en oma’s , waar ook ter wereld,verbindt.  Ik veeg de vloer voor de show met een bamboe bezem. Ik vraag naar de ’varash’ (het blik) maar dat is er niet. Ik veeg het vuil op met een oud stuk papier en werp het op het erf. Viorica zegt de  dame dat ze veel moet drinken en zet een fles water voor haar neer,  maar dat wil ze niet. Want wie helpt haar naar buiten naar de latrine? Het is zeker 25 meter lopen en zelf kan ze het niet. Ook hier weer een inwonende dochter en kleinzoon die moeten leven in omstandigheden die ik nauwelijks kan bevatten. Hoe gaat dat? Niet kunnen douchen?  Geen wasmachine? Als vrouw? Schiet het door me heen. De verbijstering maakt zich van mij meester, tot ik de trotse blik van Dorien zien die het mij eenvoudig verbiedt, mijn compassie te laten blijken. We halen water in een zinken emmer die bij ons alleen nog als ‘brocante’ te verkrijgen is, net als alle andere vrouwen en mannen en ik zie zeker vijf jonge vrouwen, jonger dan ik, met een emmer in de ene hand en een kind aan de andere,  balanceren over rotsige paden op weg naar  huis…

Alweer het laatste bezoek van vandaag. We bezoeken Ivana, een oude vrouw die het emotioneel erg moeilijk heeft. Viorica vertelt me haar verhaal. Ze is ernstig ziek geweest en haar zoon dacht dat ze dood zou gaan. Dus is hij vertrokken met het laatste beetje geld dat ze had ik keek zeven jaar niet naar haar om. Maar ze is taai, zoals de meeste mensen hier en bleef leven. Toen de zoon aan lager wal geraakte, er is veel alcoholisme in Moldavië, kwam hij bij zijn moeder terug inwonen om zo mee te kunnen profiteren van het magere pensioentje wat zij ontvangt van € 20 per maand. Ivana huilt omdat het zo heet is. Ze kan zelfs helemaal niets en heeft haar zoon nodig voor de moestuin. Maar nu is het zo lang droog en zo heet, dat alle mais verbrand voor het geoogst kan worden. En hoe moet het dan in de winter? Als er geen oogst is? Ze huilt zonder gêne en openhartig. Ik kan niets anders en kniel in het zand, knijp zachtjes in haar hand dat krom staat van de reuma en strijk haar over haar rug. Ze glimlacht door haar tranen heen en zoent me spontaan op mijn beide wangen. Ze vraagt me of het in Holland  regent… Ik ga naast haar zitten en sla mijn armen om me heen. Wat kan ik zeggen? Na wat gegiechel over mijn pogingen om het lastige Roemeense uit te spreken lacht ze hartelijk en echt, en zoent me nogmaals. Ik zoen haar terug, blij dat ik haar in ieder geval hebben kunnen laten lachen, want voor regen kan ik helaas niet zorgen….