Door Robin van Dongen - Drohobych, Oekraïne
Dit jaar ben ik naar een IBO-project in Oekraïne geweest, Drohobych, een stadje met ongeveer 80.000 inwoners op 100 km van L’viv. Ik had ervoor gekozen om als vrijwilliger te werken in een rehabilitatiecentrum voor alcohol en drugsverslaafden. Ik kende niemand van de andere deelnemers, drie Nederlandse jongens, maar bij aankomst op Venlo centraal, vanaf waar we vertrokken, was meteen duidelijk dat dit wel goed zou komen. We waren van dezelfde leeftijd en allen gemotiveerd en benieuwd naar het leven in Oekraine. Bij aankomst op de luchthaven van L’viv werden we door onze projectleider opgehaald, Andriy, 21, deze werkte voor een vrijwilligersorganisatie (Caritas) die zich inzet voor onder andere: gehandicapten, kinderen van immigranten en alcohol- en drugsverslaafden. Het rehabilitatiecentrum was gelegen op een oude militaire raketbasis, het lag erg afgelegen midden in een bos (bereik voor de mobiele telefoon was er slechts af en toe), de sporen uit de Sovjettijd waren nog duidelijk zichtbaar. Een vreemd idee dat vanaf hier raketten stonden gericht op West-Europa. Het terrein was pas sinds 2 jaar in gebruik als rehabilitatiecentrum, er moest nog veel gebeuren aan de verschillende gebouwen die op het terrein stonden. 
Er werd ons uitgelegd dat dit meestal door patiënten van het centrum gebeurde (werktherapie) en dat wij ze hierbij zouden assisteren. Onze projectleider was de enige op het terrein die Engels sprak, wat soms tot moeilijke situaties leidde als deze niet in de buurt was, gelukkig konden we ons meestal wel verstaanbaar maken met behulp van handen en voeten. Het ontbijt bestond uit Kasha, een soort waterige pap in verschillende (smakeloze) smaken, toen we bij vertrek grapten of we het recept hiervan mee mochten nemen naar Nederland, kregen we van de kok een groot pak in handen gedrukt. (meer…)


Ik had een vrij dik leesboek meegenomen, voor het geval dat…
In 2000 hebben regeringsleiders van 189 landen internationale afspraken gemaakt: vóór 2015 moeten armoede, ziekte en honger ver teruggedrongen zijn. Dit is vertaald in acht concrete doelen: de millenniumdoelen. Dit jaar ben ik als enige Nederlandse vrijwilliger met dertien Belgen naar Rwanda geweest om me daar voor in te zetten. Het was leuk om na 9 jaar met IBO-Nederland mee te gaan, om de 10 jaar te evenaren in Rwanda.
We zijn begonnen met het uitgraven van de fundering en hebben deze tot twee meter hoog opgebouwd. We hadden we een jonge groep die nog niet vaak of nog nooit in Afrika waren geweest. Wel een leuke uitdaging, de lokale mensen die ons hielpen spraken soms Frans en natuurlijk Kinyarwanda; de lokale taal. We probeerden uit te zoeken wie Hutu en wie Tutsi was, maar dat is voor ons moeilijk te onderscheiden. Zoals bij de meeste projecten waren de weekeinden erg leuk. We hebben onder andere safari’s gedaan.

stigen. Een basis werd gelegd voor een compleet nieuwe verdieping. In de vrije tijd dook de inmiddels zeer gespierde bouwploeg het zelf gekluste zwembad in en leenden de donkere avonden zich uitstekend voor het populaire nachtspel Weerwolven. Ook een bezoek aan het plaatselijke zwembad -de heren in strakke zwemslip!- en de markt vulden de schaarse vrije uurtjes. Twee zware, maar gezellige weken werden afgesloten met een lange hike door de Franse landerijen naar de dichtstbijzijnde pizzeria en -met dank aan de IBO bus die onverwachts als lift fungeerde!- een middeleeuws festijn. Daar op de dansvloer, met het stof nog in de haren en het eelt op de handen, op de volksklanken van de locale troubadours beleefde “Team Herman” zijn laatste gloriemoment!