Door Francine Valk
Ik ben naar Montavoix geweest, de ‘berg met de stem’ in de Franse Haut-Jura, op zo’n 50 km van Genève. Vorig jaar was ik op hetzelfde kamp: Montavoix is een fijne plek en ik weet dan ook zeker dat ik nóg eens zal terugkeren! En dat kan: op de berg staat een zogenaamde refuge: een huis dat altijd open is, waar je altijd welkom bent. Er is verder niets: water moet je uit de bron halen, eten meebrengen, koken op houtvuur (of gas, maar dat moet ook aangevoerd worden). De wc is een droog toilet, wassen kan in de rivier en elektriciteit, ach, dat kun je wel een tijdje missen.
Dit jaar hebben we vooral hout opgeruimd. Om het huis was een stuk dichtbegroeid bos gekapt, maar het hout lag er nog toen wij kamen. Van takken en klein grut maakten we hopen die in de fik mochten; stammen werden op lengte gezaagd en konden we opstapelen. Dit alles op de heuvel, dus mijn kuitspieren zijn flink getraind. Andere werkzaamheden waren in en om het huis, bovendien hebben we aan de weg gewerkt. Het is drie kwartier stappen van de parkeerplaats tot het huis, maar als de weg begaanbaar is (no Rolling Stones…), dan kun je met de auto tot een kwartier van boven komen. Dat scheelde ons boodschappen sjouwen. Elke dag waren ook twee mensen verantwoordelijk voor het koken.
‘Bezitter’ van Montavoix is Wim Cuyvers: een architect met grote belangstelling voor de publieke ruimte, dat is het tegenovergestelde van privé-ruimte. Daar waar niemand de baas is, waar de onmachtige zich thuis voelt, waar je kunt spreken zonder taal, ‘gemene ruimte’. Montavoix, de refuge met het omliggende bos erbij, komt in de buurt van wat Wim publieke ruimte noemt. De sfeer is er open en vrij, en dat is ook wat Wim uitstraalt.
Montavoix is heel nuttig, het is een plek waar wandelaars terechtkunnen en waar ook jongeren die in de maatschappij vastlopen, hun plek kunnen vinden. Niet als bewaakten, gevangenen, maar als bewakers/onderhouders van het huis en de omgeving.
De groep beviel erg goed. Het was 2 Nederlanders ‘tegen’ 7 Vlamingen, en dan te bedenken dat er een aardig evenwicht in de groep was… Ik kreeg al snel het predicaat ‘direct’, terwijl mijn vrienden in Nederland me heel hard uitlachen als ik zeg dat ik direct genoemd word.

Leuk om zo van binnenuit wat meer van de Vlaamse cultuur te leren. En van de taal: wie loopt er mee? Haha, lopen?! Oei, ‘moppeke’, wandelen dus. Lopen is rennen, en dat doe je niet met 35 graden…
In het weekend hebben we gekampeerd en gerelaxt aan een groot stuwmeer. Echt bijzonder: iedereen die ons een lift gaf, was bereid kilometers om te rijden. Eén auto nam zelfs een groepje mee naar onze bestemming en is toen teruggereden om een ander groepje op te halen…!
Wat een prachtig verhaal. Toevallig kwam ik dit tegen omdat ik me voor mijn eindwerk helemaal door de ideeën van Wim Cuyvers heb laten inspireren… Maar hoe kwam je daar in Montavoix terecht? Mag iedereen er op elk moment heen? Hoe wist je van de plek?
ik kan nergens zien wanneer dit gepost werd, dus hopelijk niet te lang geleden.
Ik hoop op een antwoordje, alvast bedankt
Rosa